Over Clara in einer dunklen Ecke

ARGUS Nr. 63/1 oktober 2019

Ach, was Clara toch even binnengekomen!

In Leipzig wordt dit jaar de 200egeboortedag gevierd van pianist en componist Clara Schumann (1819-1896). Argus berichtte
daar al uitvoerig over in het nummer van 9 januari. Onder haar meisjesnaam Clara Wieck begon zij haar carrière als wonderkind. Op haar negende speelde ze al in het Gewandhaus, de muziektempel van Leipzig, en daarna rees haar ster razendsnel. Ze werd een van de beroemdste pianisten van de negentiende eeuw en trad zestig jaar lang op voor volle zalen in heel Europa. Ze schreef zelf veel muziek en was de muze van twee grote componisten uit de romantiek: in 1840 trouwde ze met Robert Schumann en haar leven lang onderhield ze een innige vriendschap met Johannes Brahms. Ondertussen was ze ook nog de moeder van acht kinderen.
Het feestjaar in haar geboortestad bereikte zijn apotheose rond haar verjaardag op 13 september. Hoogtepunten waren de uitvoering door het Gewandhausorkest van het pianoconcert dat ze als tiener schreef en de heropening van het geheel opnieuw ingerichte Schumann Museum in het huis aan de Inselstrasse waar ze met Robert de eerste vier jaar van hun huwelijk woonde. Maar heel Leipzig stond in het teken van de viering. In het Bach Museum en het Mendelssohnhuis waren speciale exposities aan haar gewijd. Door de stad reed een Clara-tram, de boekhandels stalden biografieën en gedenkboeken uit op een ereplaats en de bakkers bakten ‘Clärchen Lerchen’, een plaatselijke lekkernij, voor de gelegenheid voorzien van het portret van Clara.

Auerbachs Keller kwam verrassend uit de hoek met nevenstaand pamfletje dat verhaalt hoe Clara het etablissement nooit betrad maar zich er wel in de buurt verstopte. De Keller is een authentiek restaurant in het souterrain van één van de vele winkelpassages van Leipzig. Het was al in de zestiende eeuw een populair dranklokaal. Goethe kwam er vaak toen hij van 1765 tot 1768 in de stad studeerde. Hij deed er de inspiratie op voor zijn meesterwerk Faust, waarin Auerbachs Keller ook voorkomt: het is de eerste plaats waar Mefisto Faust mee naar toe neemt.
Robert Schumann kwam er later ook graag met zijn vrienden om te drinken en te discussiëren. Daaraan refereert het pamflet. Voor een goed begrip van de tekst is het nodig om te weten dat vóór de invoering van de euro Clara’s beeltenis prijkte op het biljet van 100 Mark en dat Clara’s vader Friedrich Wieck mordicus tegen de relatie van zijn dochter met Robert Schumann was en hij Clara daarom zo ver mogelijk uit zijn buurt hield, bijvoorbeeld door haar ergens buiten Leipzig onder te brengen.